Helgers Advocaten

Belangrijkste wijzigingen in 2018 voor het arbeidsrecht

Voor zowel werkgevers als werknemers is het van belang om op de hoogte te zijn van de huidige wetgeving en om tijdig in te spelen op wetswijzigingen die er nog aan zitten te komen. Het Kabinet Rutte III heeft het nieuwe regeerakkoord gepresenteerd waarmee duidelijk is geworden dat er toekomstige wijzigingen gaan plaatsvinden in de Wet Werk en Zekerheid (WWZ).

Zo wil het Kabinet naar alle waarschijnlijkheid in 2019 de duur van de proeftijd verlengen van maximaal twee maanden naar vijf maanden wanneer een eerste arbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is. Ook voor arbeidsovereenkomsten die worden aangegaan voor langer dan twee jaar gaat een langere proeftijd mogelijk zijn, namelijk een proeftijd van drie maanden. Voor overige arbeidsovereenkomsten blijft de regeling hetzelfde.

Verder wil het Kabinet de transitievergoeding gaan compenseren bij het ontslag van langdurig arbeidsongeschikte werknemers en wil het Kabinet meer rekening gaan houden met MKB’ers bij het vaststellen en de hoogte van een transitievergoeding.

De ketenregeling zal wederom worden gewijzigd zodat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd dient te volgen na drie jaren en drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

Dit zijn in een notendop de wijzigingen die er in 2019 aan zitten te komen en die toch al de nodige media aandacht hebben gekregen, echter hebben er ook per 1 januari 2018 reeds de nodige wijzigingen plaatsgevonden en ook gedurende het huidige jaar zullen nog wijzigingen worden doorgevoerd. Omdat hier tot noch toe weinig aandacht aan is besteed zal ik hieronder kort de belangrijkste wijzigingen voor 2018 weergeven. Daarbij zal ik ingaan op de wijziging van de transitievergoeding, de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag.

Transitievergoeding

Over de gewijzigde maximale transitievergoeding kan ik kort zijn. Ieder jaar sinds de invoering van de transitievergoeding (2015) wordt deze jaarlijks geïndexeerd. Dit betekent dat de maximale bruto transitievergoeding dit jaar stijgt van € 77.000,- naar € 79.000,-. Een hogere transitievergoeding is slechts mogelijk voor werknemers die een bruto jaarloon hebben van meer dan € 79.000,-. De transitievergoeding kan dan maximaal gelijk zijn aan dat bruto jaarloon. Ten opzichte van de berekenmethode en regelgeving omtrent wanneer men aanspraak maakt op een transitievergoeding wijzigt er niets in het komende jaar.

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

Een meer ingrijpende wijziging heeft plaatsgevonden met het wijzigen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (hierna: ‘WML’). Met de wijzigingen in de WML wordt een minimale beloning voor overwerk – en vakantiegeld daarover – bewerkstelligd. Daarnaast zal over het algemeen een overeenkomst van opdracht ook onder de WML vallen en is de definitie van ‘stukloon’ gewijzigd.[1]

Minimale beloning voor overwerk

Vanaf 1 januari 2018 is het zo dat een werknemer niet minder dan het minimumloon mag verdienen gerekend over de door hem of haar daadwerkelijk verrichtte arbeidsduur. Deze wijziging is vooral van belang voor werknemers die het minimumloon verdienen of net iets daarboven en zal weinig invloed hebben op meerverdieners. Dit licht ik hieronder toe.

Voorheen was het zo dat bij het berekenen van het minimumloon werd gekeken naar de overeengekomen arbeidsomvang en niet naar de daadwerkelijk verrichtte uren. Wanneer iemand een 36-urige werkweek kende volgens zijn arbeidsovereenkomst dan kreeg die werknemer ook het daarbij behorende (minimum)loon en behoefde niet te worden gekeken naar daadwerkelijk gewerkte uren wanneer niets over overwerk was geregeld in de arbeidsovereenkomst. Dit zou met zich meebrengen dat iemand die het minimumloon verdient en overwerkt per saldo minder dan het minimumuurloon betaald krijgt voor arbeid.

Vanaf 1 januari 2018 is het zo dat iemand met een lager inkomen en die overwerkt ook voor dit overwerk betaald dient te worden, zodat deze werknemer voor zijn gewerkte uren per saldo niet minder dan het minimumloon per uur betaald krijgt. De WML gaat dus vanaf dit jaar uit van de feitelijk verrichtte arbeidsduur en niet van de overeengekomen arbeidsduur. Ter verduidelijking het volgende voorbeeld:

Een werknemer die het minimumloon verdient en volgens zijn arbeidsovereenkomst 36 uur per week werkt, maar feitelijk 42 uur per week werkt, en aldus 6 uur per week overwerkt, heeft recht op uitbetaling van het minimumuurloon over deze 42 uren. Het maakt niet uit voor deze werknemer wanneer in zijn arbeidsovereenkomst staat dat overwerk niet vergoed wordt. De werkgever is dit verplicht op grond van de WML. Over de gewerkte overuren is de werkgever eveneens minimumvakantiebijslag verschuldigd.

Belangrijk om hier nog op te merken is dat deze wetswijziging bij meerverdieners dan het minimumloon of net daarboven niet van invloed zal zijn. Iemand met een hoger salaris zal ondanks zijn overuren niet onder de minimumuurloon grens geraken. Op zulke situaties ziet de WML dan ook niet.

Overeenkomst van opdracht

Vanaf 1 januari 2018 is de WML ook van toepassing op zelfstandige ondernemers die arbeid verrichten op grond van een overeenkomst van opdracht. Voorheen was dit niet het geval en was de toepasbaarheid van de WML op werkzaamheden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht simpel te omzeilen.

Met de wijzigingen is in beginsel de WML van toepassing op iedere overeenkomst van opdracht. Dit betekent dat ook (kleinere) zelfstandig ondernemers recht hebben op het minimumloon en de minimumvakantiebijslag. Dit is slechts anders wanneer opdrachtnemers de arbeid verrichten uit hoofde van het beroep of bedrijf. Er is sprake van arbeid uit hoofde van beroep of bedrijf wanneer iemand in fiscale zin als ondernemer wordt beschouwd. Dit is veelal het geval wanneer iemand meerdere opdrachtgevers heeft, naar buiten toe treed als ondernemer en jaarstukken voor de belastingdienst opstelt.

De wetgever beoogt met deze wijziging de kleine zelfstandige ondernemers van minimale inkomens te garanderen, zodat zulke ondernemers niet onder het wettelijk minimumloon geraken. Dat deze waarborg niet geld voor zelfstandig ondernemers die arbeid verrichten uit hoofde van het beroep of bedrijf heeft ermee te maken dat deze ondernemers veelal meerdere opdrachtgevers hebben en hierdoor dus minder snel onder een bepaald minimuminkomen vallen. Dit is althans de ratio van de wetgever.

De definitie van stukloon

Sukloon is het loon dat niet na tijdsruimte, dus niet per uur of per maand, maar na het verrichten van een prestatie wordt betaald. Dit komt bijvoorbeeld voor in de postbezorging, land- en tuinbouw en de schoonmaaksector. Zo krijgen veel post- of pakketbezorgers betaald per bezorgd pakket of poststuk.

In de WML is een regeling opgenomen voor het berekenen van het stukloon en deze regeling is per 1 januari 2018 gewijzigd. Voorheen diende als maatstaf de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering van de verrichte arbeid is gemoeid. Dit is gewijzigd en in de laatste zin van artikel 12, zesde lid, WML staat de huidige maatstaf, namelijk: de daadwerkelijke tijd die de werknemer heeft besteed aan de uitvoering van de verrichte arbeid.

Werknemers die stukloon ontvangen dienen dus vanaf januari 2018 minimaal het minimumloon en de minimum vakantiebijslag te ontvangen over de daadwerkelijk door hen gewerkte uren. Dit is slechts anders wanneer een werkgever weinig tot geen toezicht kan houden op de werkzaamheden van een werknemer (denk aan de postbezorger die de hele dag op pad is om pakketjes te bezorgen). In zo een geval kunnen de werknemers- en werkgeversorganisaties de Stichting van de Arbeid verzoeken om een norm vast te stellen die kan gelden voor een hele sector. Bij het vaststellen van deze norm wordt, net zoals voorheen, gekeken naar de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering van de te verrichten arbeid is gemoeid. Bij het bepalen van deze stukloonnorm dient onder andere te worden gekeken naar de arbeidsduur die een gemiddeld productieve werknemer nodig heeft voor het uitvoeren van die arbeid.

Geschreven door:

J.P. (Jorg) van Mulken

Advocaat

[1] Aangezien het hier om een beknopt overzicht gaat  verwijs ik voor lezers die meer informatie willen o.a. naar K.P.D. Vermeulen, Ingrijpende wijzigingen in de wet minimumloon en minimumvakantiebijslag per 1 januari 2018, TAP 2017/301 (afl. 7) en naar J. van Drongelen, De WML; enkele kanttekeningen bij de Regeling voorwaarden en publicatie stukloonnorm, ArbeidsRecht 2017/46.