Helgers Advocaten

Discretionaire bevoegdheid: een verblijfsvergunning na tien jaar onzekerheid

Een gezin dat ik al jarenlang in verblijfsrechtelijke procedures heb bijgestaan, kreeg onlangs het bijzonder goede nieuws dat de staatssecretaris in hun geval gebruik maakt van de discretionaire bevoegdheid. Zij krijgen alsnog een verblijfsvergunning, ondanks het feit dat de gevoerde verblijfsrechtelijke procedures niet tot het verlenen van een verblijfsvergunning hebben geleid. Hoe is dat zo gekomen?

Het gaat om een gezin uit Georgië, bestaande uit een vader, moeder en drie zoons, waarvan de jongste zoon op dat moment 2 jaar oud was, dat in 2008 naar Nederland is gevlucht. In Georgië werd het gezin bedreigd, mishandeld, en werd vader zelfs ontvoerd. Daarom besloten zij uiteindelijk te vluchten naar Nederland. De asielaanvraag van het gezin werd echter afgewezen, omdat de IND hun verklaringen niet geloofde.

Na de asielprocedure deed het gezin een beroep op ons kantoor en nam ik de behandeling van hun zaken over. Allereerst bekeek ik met hen of een nieuwe asielaanvraag tot de mogelijkheden behoorde. Bij gebrek aan nieuwe informatie en bewijs waarmee zij de problemen in Georgië alsnog aannemelijk konden maken, was die weg afgesloten. Er moest daarom gezocht worden naar alternatieve opties om verblijf in Nederland voor hen te kunnen realiseren.

Een aantal gezinsleden kampten met medische problemen. Voor die gezinsleden besloot ik een medische procedure op te starten. Wanneer iemand dermate ziek is waardoor hij vanwege zijn gezondheid niet in staat is om te reizen en ook niet in het land van herkomst behandeld kan worden, dan kan er een recht op verblijf op medische gronden bestaan.

De IND stelde vast dat de medische klachten ernstig van aard waren. Behandeling moest plaatsvinden, anders zou een medische noodsituatie ontstaan. Volgens de IND konden de gezinsleden in Georgië voor hun medische klachten behandeld worden. Die aanname kon het gezin niet weerleggen, waardoor het afwijzend besluit stand hield.

Het is dan het jaar 2013 en er zijn op dat moment ruim vijf jaren verstreken sinds de binnenkomst van het gezin in Nederland. Op dat moment was het zogenaamde Kinderpardon in het leven geroepen. Het Kinderpardon is een regeling die voorziet in de mogelijkheid om kinderen die al lang in Nederland verblijven, een verblijfsvergunning toe te kennen. De jongste zoon van het gezin voldeed aan alle voorwaarden voor het Kinderpardon. Toch kwam het gezin niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op basis van het Kinderpardon, omdat de vader van het zich meer dan drie maanden aan het vreemdelingentoezicht had onttrokken. Hij was uit Nederland vertrokken om te bekijken of hij met zijn gezin in Rusland een veilig onderkomen kon vinden. Daardoor was hij even buiten beeld geraakt, en dat kon het gezin als zodanig worden tegengeworpen.

Het werd echter steeds duidelijker dat het niet goed ging met de jongste zoon, die op dat moment 10 jaar oud was en al 8 jaar in Nederland verbleef. Hij werd gediagnostiseerd met PDD-NOS en autismeklachten. Tevens had hij zelfmoordgedachten. Een orthopedagogisch onderzoek toonde aan dat er bij terugkeer naar Georgë een ernstig ontwikkelingsrisico voor de kinderen ontstaat. Met name ten aanzien van de jongste zoon bestond het gevaar voor een traumatische ervaring en identiteitscrisis. De schoolinstelling onderschreef de klachten.

De zorgelijke signalen kwamen terecht bij kinderrechtenorganisatie Defence for Children. Zij verklaarden zich bereid om mee te denken en te helpen bij het opstellen en indienen van een nieuwe verblijfsaanvraag. Het besluit werd genomen om een verzoek te doen op grond van “bijzondere, individuele omstandigheden”, omdat een nieuwe asielprocedure, medische procedure of een herhaald beroep op het Kinderpardon geen doel zou treffen. Gelukkig bleek het niet nodig te zijn om op formele wijze die procedure op te starten en besloot de staatssecretaris om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid, nadat hij op de schrijnende situatie van het gezin geattendeerd werd via een brief van de burgemeester. Na tien jaar van onzekerheid kwam voor het gezin dan toch het verlossende antwoord: zij mogen in Nederland blijven.

De staatssecretaris maakt niet gauw gebruik van de discretionaire bevoegdheid. Het is echter wel belangrijk dat er een mogelijkheid blijft bestaan om “voorbij de regels te kijken” en daarmee recht te doen aan individuele gevallen die op basis van het algemeen geldende beleid tussen wal en schip terechtkomen. De staatssecretaris erkende  dat zo’n situatie zich ten aanzien van het gezin voordeed. En mijn cliënten? Die waren dolgelukkig dat zij na al die tijd toch het verlossend antwoord te horen kregen dat zij in Nederland mogen blijven.

 

Dit artikel is geschreven door:

mr. Cliff Raafs
Advocaat