Helgers Advocaten

E-mail werkgever en privacy werknemer

Veel werknemers maken op hun werk gebruik van een e-mailaccount dat toebehoort aan de werkgever. Dit e-mailaccount zal voornamelijk gebruikt worden voor het communiceren met klanten en medewerkers van het bedrijf, maar soms vindt een werknemer het toch ook wel handig om een privé-mail vanaf dit account te versturen.

Sommige werkgevers maken over dit privégebruik van een zakelijk e-mailaccount afspraken in de arbeidsovereenkomst of een personeelshandboek. Maar mag een werkgever eigenlijk ook controleren of je je aan die afspraken houdt?

In een Roemeense zaak werd deze laatste vraag voorgelegd aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). In eerste instantie oordeelde het EHRM op 12 januari 2016 in het voordeel van de werkgever. Volgens het EHRM zou de werkgever een redelijk belang hebben gehad bij het controleren van het e-mail verkeer. De Grote Kamer van het EHRM[1] dacht hier echter anders over en draaide de eerder gedane uitspraak van het EHRM terug met haar uitspraak van 5 september 2017 (Bárbelescu v. Romania (application no. 61496/08).

Deze zaak had betrekking op een Roemeense werknemer die was ontslagen omdat hij zijn zakelijke e-mailaccount veelvuldig had gebruikt voor het sturen van privéberichten. Hoewel het personeelshandboek beschreef dat dit niet was toegestaan, had de werkgever niet vooraf duidelijk gemaakt dat het zakelijke e-mailaccount in de gaten werd gehouden of gecontroleerd zou worden. Hierdoor wist de werknemer dus niet dat de werkgever kon meelezen met zijn persoonlijke berichten en dat vond de werknemer in strijd met zijn recht op eerbieding van een privé-, familie en gezinsleven. Dat recht is vastgelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en bijvoorbeeld ook in onze Nederlandse Grondwet.

Het Europese Hof gaf de Roemeense werknemer gelijk. Hoewel het in sommige gevallen gerechtvaardigd kan zijn dat een werkgever e-mails op een zakelijk account controleert en daarbij ook privéberichten bekijkt, had de werkgever haar werknemer vooraf moeten informeren over het mogelijk meekijken in de e-mails. Ook vond het Europese Hof dat er door de werkgever onvoldoende een belangenafweging was gemaakt tussen het inzien van de e-mails en het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de werknemer. Uiteindelijk werd aan de werknemer dan ook een schadevergoeding toegekend.

Het bovenstaande wil niet zeggen dat je als werknemer onbeperkt privézaken kunt uitvoeren tijdens werktijd of dat je als werkgever nooit controles op de werkzaamheden van je werknemers mag uitvoeren, maar wel dat er een weloverwogen afweging gemaakt moet worden voordat je tot maatregelen kunt overgaan. Daarnaast dient een werkgever duidelijk kenbaar te maken aan haar werknemers wanneer, hoe en waarom zij op een bepaalde wijze worden gecontroleerd wanneer met dit controleren de werkgever in de privésfeer van de werknemer terecht komt of dreigt te komen. Mocht een dergelijke situatie zich voordoen, zowel bij een werknemer als bij een werkgever, dan is het in ieder geval belangrijk om gedegen juridisch advies in te winnen.

De volledige uitspraak is te raadplegen middels de hiernavolgende link:
http://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-177082

Geschreven door:

Mr. J.P. (Jorg) van Mulken
Advocaat


[1] Grote Kamer van EHRM: in sommige gevallen, bijvoorbeeld in gevolg van een ’hoger beroep’, oordeelt het EHRM in een bijzondere samenstelling, namelijk met 17 rechters. In zo een gevallen spreekt men van een uitspraak van de Grote Kamer van het EHRM. Voor meer informatie over het EHRM kunt u terecht op de volgende website: https://www.europanu.nl/id/vg9hmms5gzyv/europees_hof_voor_de_rechten_van_de_mens#p4