Helgers Advocaten

Eind goed, al goed!

Het Europese Hof van Justitie heeft alweer enige tijd geleden in een aantal baanbrekende arresten (onder meer Zambrano[1] en Chavez/Vilchez[2]) een oordeel gegeven over het verblijf van een ouder die niet afkomstig is uit de Europese Unie en het recht van diens kind dat wel EU onderdaan is om contact met die ouder te onderhouden. Ouders kunnen o.a. als zij kunnen aantonen in de zorgtaken voor het kind te voorzien, aanspraak maken op een verblijfsvergunning bij hun minderjarige kind.

Voorwaarde is echter wel dat het minderjarige kind uiteraard één van de nationaliteiten behorende tot de EU heeft. Althans…

Recentelijk had ik een zaak onder mij, waarbij het dochtertje van twee jaar oud het Nederlanderschap nog niet verkregen had. Wel was er een optieprocedure gestart zodat het kind in navolging van zijn moeder ook het Nederlanderschap zou verkrijgen. Vader, met een nationaliteit van buiten de Europese Unie, had het kind inmiddels erkend, had gezag en woonde al een aantal maanden samen met moeder en kind onder één dak. Hij droeg ook bij in de zorgtaken ten aanzien van zijn dochtertje.

De ouders kwamen voor hulp bij mij terecht. Zij wilden graag dat vader hun dochtertje zou kunnen zien opgroeien en in Nederland zou kunnen verblijven. Op mijn advies dienden wij een aanvraag op basis van de Europese jurisprudentie in, een zogenaamde Chavez/Vilchez-aanvraag. Bijzonder, want het dochtertje had op dat moment nog geen Nederlanderschap. Wat daarmee in ieder geval bereikt werd was dat vader gedurende de periode dat de aanvraag duurde rechtmatig verblijf had in Nederland. Hij kon zo nog bij zijn gezin verblijven, zonder angst om te worden uitgezet.

De aanvraag lag voor afwijzing gereed uiteraard, want er werd niet voldaan aan de vereisten. Dat gebeurde dan ook na een paar maanden. Wij hadden inmiddels wel weer wat tijd gewonnen en de optieprocedure (om voor het kind een Nederlands paspoort te krijgen) liep nog steeds door. in ieder geval besloten wij tegen de negatieve beschikking in bezwaar te gaan. Ook hangende het bezwaar had vader wederom rechtmatig verblijf en bestendigde hij zijn zorgtaken voor zijn dochtertje. De optieprocedure liep nog steeds.

De IND had dus op dat moment alle mogelijkheden om de zaak ook in bezwaar af te wijzen maar deed dat niet. Er werd keurig gewacht op het moment dat het dochtertje de Nederlandse nationaliteit verkreeg en toen kwam het mooie nieuws voor het gezin: vader kreeg een verblijfsrecht voor vijf jaar.

De IND werkte waarschijnlijk mee omdat duidelijk was dat het dochtertje uiteindelijk toch recht had op de Nederlandse nationaliteit. Was het bezwaar afgewezen was een en ander wel in beroep rechtgetrokken of was een nieuwe aanvraag gedaan, maar toch. Wij hebben ons gelukkig niet laten weerhouden om een dergelijke aanvraag in te dienen toen er op dat moment nog niet aan de vereisten voor een verblijfsvergunning werd voldaan. Eind goed, al goed!

Heeft u ook een vraag over een dergelijke aanvraagprocedure? Neemt u dan gerust contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@helgersadvocaten.nl

Geschreven door:

Maureen Helgers-Crompvoets

 

[1] Arrest Hof van Justitie 8 maart 2011, ECLI: 2011:124

[2] Arrest Hof van Justitie 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354