Helgers Advocaten

Einde uithuisplaatsing na meer dan 8 jaar; eind goed, al goed. Hoe samenloop van een procedure tot wijziging hoofdverblijf en verlenging uithuisplaatsing tot zo’n mooi resultaat kan leiden.

De feiten

Man en vrouw krijgen samen 3 kinderen. Man en vrouw zijn niet getrouwd maar hebben wel allebei het gezag over de kinderen. De relatie strandt. De moeder, cliënte, moet tijdelijk de zorg over de kinderen aan de vader overlaten vanwege de problematiek waar ze op dat moment mee kampt. Hoofdverblijf van de kinderen wordt daarop bij de vader bepaald. Bij de vader vinden de kinderen echter niet de structuur en veiligheid die ze nodig hebben. De kinderen worden uit huis geplaatst.

De moeder herstelt van haar ziekte, maar slaagt er (aanvankelijk) niet in om de kinderen weer bij haar thuis te laten komen wonen. De gezinsvoogd ziet dat namelijk niet zitten, ondanks dat er geen aanwijzingen zijn dat de moeder, al dan niet met enige ondersteuning, niet voor haar kinderen kan zorgen.

De moeder start in 2016 een procedure tot wijziging hoofdverblijf en voert tegelijkertijd verweer tegen de jaarlijkse verlenging van de uithuisplaatsing. Pas in juli 2019 in hoger beroep lukt het.

Oordeel van het hof over waar het hoofdverblijf van de kinderen moet zijn

Het hof oordeelt dat vast staat dat de kinderen niet bij de vader kunnen wonen, omdat hij onvoldoende veiligheid aan de kinderen kan bieden. Vast staat ook dat de gezinsvoogd onvoldoende de regie heeft gehouden in de zaak en onvoldoende stappen heeft gezet om in beeld te krijgen wat de mogelijkheden zijn van de moeder om voor de kinderen te zorgen, ondanks dat de gezinsvoogd daar wel de opdracht toe heeft gekregen van de Raad voor de Kinderbescherming. Het hof overweegt verder dat de omgang met de moeder goed verloopt en oordeelt dat er geen ernstige beletselen zijn gebleken voor een verblijf bij de moeder. Het hof oordeelt vervolgens dat op grond van deze feiten en omstandigheden het hoofdverblijf in het belang van de kinderen moet worden gewijzigd ten gunste van de moeder. De kinderen gaan dus wat het hof betreft wonen bij de moeder. Even later verzoekt de gezinsvoogd de rechtbank om verlenging van de uithuisplaatsing.

Oordeel van de rechtbank over het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing

Ondanks dat het hof heeft bepaald dat het hoofdverblijf van de kinderen voortaan bij de moeder zal zijn, vraagt de gezinsvoogd toch om verlenging van de uithuisplaatsing van de kinderen. De rechtbank maakt daar gelukkig in september 2019 korte metten mee. Het oordeel van het hof ziet volgens de rechtbank niet op een juridische hoofdverblijfplaats, zoals gezinsvoogd betoogt, maar op een feitelijke hoofdverblijfplaats. Met die zienswijze van het hof strookt niet een verlenging van de uithuisplaatsing. De verzochte verlenging van de uithuisplaatsing wordt dan ook terecht afgewezen.

Eind goed al goed

Het heeft veel bloed, zweet en tranen gekost, maar cliënte heeft volgehouden en is doorgegaan en heeft uiteindelijk haar kinderen weer thuis gekregen. Chapeau voor deze dappere moeder!

 

Geschreven door:
mr. Elles Ramakers
Advocaat