Helgers Advocaten

Gekort op je uikering? De gevolgen van de “kostendelersnorm”

Op 1 januari 2015 is de Participatiewet in de plaats gekomen van de oude Wet Werk en Bijstand (WWB).

Artikel 22a van de Participatiewet bepaalt dat de uitkeringsgerechtigde van 21 jaar of ouder gekort kan worden op zijn uitkering als ook andere meerderjarige personen hoofdverblijf in dezelfde woning hebben.

De gemeentelijke uitkeringsinstantie kan dan de “kostendelersnorm” toepassen. Deze norm houdt in dat een percentage van de bijstandsuitkering in minder wordt gebracht, dit naar rato van het aantal (meerderjarige) personen die op hetzelfde adres hoofdverblijf hebben.

Onlangs (20 februari 2018) heeft de Centrale Raad van Beroep zich gebogen over een zaak waarbij twee (toer)caravans op hetzelfde perceel als hetzelfde hoofdverblijf aangemerkt zijn.[1]

De eisende partij in deze zaak is een alleenstaande man die samen met zijn dochter en diens partner en kind tot 2015 in één gezamenlijke stacaravan woonde. De man had recht op een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande. In de loop van 2015 gaat vervolgens zijn stacaravan in een brand verloren. Ter overbrugging heeft de familie dan ook twee (toer)caravans op het perceel geplaatst. De man verbleef in caravan A en de dochter en diens gezin in caravan B.

Op basis van de feitelijke woonsituatie heeft de uitkeringsinstantie vervolgens gesteld dat met ingang van 2015 de kostendelersnorm toegepast moet worden. Er is sprake van meerdere (meerderjarige) personen met hoofdverblijf op hetzelfde adres, aldus de sociale dienst.

De eisende partij bestrijdt dit en stelt zich daarbij op het standpunt dat met twee afzonderlijke caravans geen sprake kan zijn van hoofdverblijf in dezelfde woning. De familie verblijft immers gescheiden van elkaar in de beide caravans.

In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep allereerst dat de vraag waar iemand zijn hoofdverblijf heeft, beantwoord dient te worden aan de hand van concrete feiten en omstandigheden.

De dochter en echtgenoot van de eisende partij maakten vanuit caravan B gebruik van de sanitaire voorzieningen en elektriciteitsvoorziening van het oorspronkelijke perceel. Ook de eisende partij was vanuit caravan A aangewezen op deze voorzieningen. De Centrale Raad heeft doorslaggevend belang gehecht aan de omstandigheid dat beide caravans geen aansluiting hebben op de nutsvoorzieningen. Ondanks dat de familie gescheiden van elkaar woont, heeft de Centrale Raad geoordeeld dat hier wel degelijk sprake is van gezamenlijk hoofdverblijf in dezelfde woning. Dat de familie niet letterlijk in dezelfde woning verblijft, maakt dit volgens de Centrale Raad niet anders.

Deze uitspraak bevestigt de noodzaak om alert te blijven in situaties met verblijf van meerdere personen op hetzelfde adres bij een uitkeringsgerechtigde. De invulling van begrippen als ‘hoofdverblijf’ en ‘gezamenlijk verblijf’ blijven vatbaar voor verschillende interpretaties, echter kunnen de gevolgen voor een uitkeringsgerechtigde uiteindelijk verstrekkend zijn.

Neemt u dan ook gerust contact met ons kantoor op. Wij geven u graag advies. Mocht u onverhoopt zijn gekort op uw uitkering, dan kan ons kantoor u eveneens adviseren over het indienen van een bezwaarschrift dan wel het instellen van beroep bij de rechtbank.

Auteur:

  1. (Jakob) Nouta

Advocaat

 

[1] Centrale Raad van Beroep 20 februari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:460.