Helgers Advocaten

Gezinshereniging in asielzaken: lang niet altijd eenvoudig geregeld

Een cliënt van mij van Syrische afkomst werd in december 2015 in het bezit gesteld van een asielvergunning. Ik heb hem vervolgens verteld dat hij binnen drie maanden een aanvraag op basis van het zogenaamde nareisbeleid moest indienen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), zodat zijn gezin kon overkomen. Het nareisbeleid heeft als doel de asielvergunninghouder in Nederland te herenigen met zijn gezin, zoals dat bestond voor zijn vlucht uit het land van herkomst. Het gaat dan om de ouders, de echtgenoot/echtgenote, de partner en de kinderen.

Deze foto van Onbekende auteur is gelicentieerd onder CC BY-NC

Mijn cliënt diende medio januari 2016 een verzoek op basis van het nareisbeleid bij de IND in om overkomst van zijn vrouw, zijn drie minderjarige dochters en zijn meerderjarige zoon te bewerkstelligen. Op 5 augustus 2016 ontving mijn cliënt tegelijkertijd zeer heuglijk en zeer verdrietig nieuws. De IND keurde de aanvragen voor overkomst van de vrouw en de drie minderjarige dochters goed, maar wees de aanvraag voor de meerderjarige zoon af. Mijn cliënt begreep er niks van.

De IND beoordeelt bij aanvragen op basis van het nareisbeleid of de gezinsleden feitelijk behoren tot het gezin, en die gezinsband niet (op enig moment) als verbroken moet worden beschouwd. Een gezinsband die op enig moment is verbroken, kan op een later moment niet meer “geheeld” worden. De gezinsband werd wel ten aanzien van de vrouw en de dochters aangenomen, maar niet langer meer in het geval van de zoon. Volgens de IND was die gezinsband op enig moment verbroken.

Wat was er in deze zaak aan de hand? Cliënt was aanvankelijk met zijn gezin vanuit Syrië naar Libanon vertrokken. Zij zijn uiteindelijk naar Turkije gegaan en vervolgens is cliënt naar Nederland gekomen om hier asiel aan te vragen. De zoon moest echter achterblijven in Libanon. Hij kon niet met het gezin mee naar Turkije, omdat er aan de grens controles van Hezbollah plaatsvonden. Het is bekend dat Hezbollah jongvolwassen mannen ronselt voor de strijd in Syrië. De grens passeren werd te gevaarlijk beschouwd voor de zoon. Hij bleef achter in de hoop dat de controles snel voorbij zouden zijn, zodat hij alsnog de grens kon overgaan. Die hoop bleek tevergeefs te zijn.

Het gezin was niet meer één geheel. Moeder en de dochters zaten in Turkije af te wachten of cliënt asiel zou krijgen. De zoon probeerde zich in Libanon te redden. Omdat zijn verblijf in Libanon illegaal was, probeerde hij allerhande klusjes te doen om te kunnen voorzien in zijn levensonderhoud en om onderdak te kunnen krijgen. En juist dat bracht de IND uiteindelijk tot de conclusie dat de zoon niet langer deel uitmaakte van het gezin van cliënt. Immers, hij was niet samen met de rest van het gezin in Turkije, hij had werk gevonden in Libanon en hij had onderdak. Bovendien was niet gebleken dat moeder en de dochters op enig moment geprobeerd hadden om terug te keren naar Libanon om zich toch weer bij de zoon te voegen. De gezinsband is op enig moment verbroken geraakt, aldus de IND.

Uiteindelijk is deze zaak voorgelegd aan de rechtbank. Betoogd werd dat de scheiding van het gezin niet vrijwillig plaats had gevonden, maar noodgedwongen wegens de dreiging van Hezbollah aan de grens. De zoon had geen inkomen, maar deed enkel klusjes om in levensonderhoud en onderdak te kunnen voorzien. Bovendien waren er overboekingsbewijzen waaruit bleek dat cliënt en ook de moeder geld overmaakten naar het gezin. De rechtbank stelde cliënt op 26 juli 2017 in het gelijk. De IND had onvoldoende onderzoek gedaan naar de omstandigheden van het geval en daarmee was niet goed uitgelegd waarom de gezinsband tussen cliënt en zijn meerderjarige zoon op enig moment zou zijn verbroken.

Dus de zoon mag naar Nederland komen, hoor ik u denken? Nee hoor. Niet direct. De IND ging niet in hoger beroep, maar nam wel een nieuw besluit. Op dat moment waren cliënt en zijn zoon al ruim twee jaar van elkaar gescheiden! Wederom besloot de IND de aanvraag af te wijzen. In de beslissing van 17 november 2017 beargumenteerde de IND dat de zoon inmiddels al 2,5 jaar in Libanon verbleef en zichzelf kennelijk staande kon houden. Ook deed hij klusjes en kon hij in zijn eigen levensonderhoud voorzien. De IND concludeerde opnieuw dat de gezinsband tussen cliënt en zijn zoon was verbroken.

Opnieuw werd de zaak aan de rechtbank voorgelegd. Ik gaf aan dat de stelling dat de zoon van cliënt al 2,5 jaar in Libanon zat, geen valide argument was. De IND moet namelijk toetsen of de gezinsband op het moment van de aanvraag (dus in januari 2016) was verbroken. Bovendien zou die stelling alle macht bij de IND leggen: lang wachten met het nemen van een besluit en dan de lange periode van verblijf tegenwerpen als reden om de aanvraag af te wijzen. Het argument dat de zoon een eigen inkomen en onderdak had, was naar mijn mening ook volstrekt ondeugdelijk toegelicht. Het is logisch dat de zoon wel iets moest doen om te overleven.

Vlak voordat de zitting bij de rechtbank zou gaan plaatsvinden, nam de IND contact met mij op. Zij trokken de beslissing in en gingen de zaak opnieuw beoordelen. Het is dan 11 april 2018. De zoon is op dat moment al ruim drie jaren van zijn ouders en zusjes gescheiden.

Na een hoorzitting in Schiphol en enkele briefwisselingen kwam op 20 september 2018 dan het verlossende antwoord. Volgens de IND moest toch worden aangenomen dat de meerderjarige zoon deel is blijven uitmaken van het gezin. Hij mocht naar Nederland komen. Op 24 oktober 2018 is hij in Nederland aangekomen. Cliënt stuurde mij per Whatsapp direct foto’s van zijn aankomst.

Het was een lange, juridische strijd, maar het was alle moeite waard.

Geschreven door:

Cliff Raafs
Advocaat