Helgers Advocaten

Identiteitsfraude bij naturalisatieaanvraag: raak ik daardoor mijn Nederlandse paspoort kwijt?

Nog niet zo heel lang geleden had ik een zaak die ging over het voornemen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om over te gaan tot intrekking van de Nederlandse nationaliteit van een cliënte, die deze nationaliteit al sinds 2007 bezat en waarvan het hele gezin inmiddels genaturaliseerd was.

De IND was namelijk van mening dat zij zou hebben gefraudeerd en zou hebben gelogen over haar daadwerkelijke identiteit.

Mijn cliënte was vanwege problemen in haar land van herkomst in de jaren ’90 gevlucht met haar toenmalige echtgenoot naar zijn land van herkomst in het Midden-Oosten. In dat land gelden andere wetten en regels voor persoonsregistratie dan wij die in Nederland kennen en zo kwam het dat mevrouw aldaar onder de naam van haar partner en onder de naam van haar stiefvader geregistreerd werd en niet onder de naam van haar biologische vader geregistreerd werd. Die naam werd vervolgens gebruikt in haar huwelijksakte en familieboekje.

Toen cliënte met haar toenmalige partner en gezin hier in Nederland asiel aanvroeg, meldde zij zich aan onder die naam.

Uiteindelijk kwam de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) erachter dat de naam die cliënte in haar land van herkomst droeg een andere naam was dan de naam die zij in het land van haar partner toegewezen had gekregen. De IND was van mening dat zij aldus had gefraudeerd bij haar aanvraag voor haar Nederlandse nationaliteit en dat derhalve met terugwerkende kracht haar Nederlanderschap zou worden ingetrokken.

Grote complicaties dus voor deze cliënte. Maar was de IND in dit geval gerechtigd om zulke stappen te zetten?

In principe geldt, dat als er sprake is van identiteitsfraude ten tijde van het indienen van een naturalisatieverzoek de IND zeer zeker mag overgaan tot afwijzing van het verzoek. Als de fraude pas na inwilliging van het naturalisatieverzoek aan het licht komt, dan mag conform aritikel 14 van de Rijkswet Nederlanderschap worden overgegaan tot intrekking van het Nederlanderschap. In de Handleiding op deze wet (de HRWN) zijn de beleidslijnen opgenomen die de IND te volgen heeft als er wordt overgegaan tot intrekking.

Eenvoudig uitgelegd houdt dit in, dat als iemand eigenlijk niet in aanmerking komt voor naturalisatie, maar zich door bijvoorbeeld een andere identiteit aan te meten, wel genaturaliseerd wordt, deze naturalisatie ongedaan gemaakt mag worden.

De Hoge Raad heeft in een tweetal arresten[1] echter kanttekeningen geplaatst bij deze wettelijke bepalingen. De Hoge Raad bepaalde namelijk dat als de IND ondanks de onjuistheid van de verschafte persoonsgegevens, omtrent de ware identiteit van een persoon duidelijkheid heeft bestaan, niet gezegd kan worden dat de onjuistheid van de persoonsgegevens het door de IND te verrichten onderzoek en beoordeling belemmerd heeft. Als de IND dus niet benadeeld wordt door de identiteitsfraude dan mag er niet worden overgegaan tot intrekking.

In het geval van mijn cliënte was er duidelijkheid omtrent haar als persoon. De autoriteiten van haar geboorteland bevestigden dat zij dezelfde persoon was als de persoon die in Nederland onder een andere naam bekend stond. Er kon daarmee geen twijfel bestaan over de persoon van mijn cliënte en daarmee kon ook nog steeds worden vastgesteld dat zij voldeed aan alle voorwaarden die voor naturalisatie hebben te gelden.

In het geval van mijn cliënte liep dus één en ander goed af. Na de hoorzitting bij de IND in Den Haag kreeg ik al gauw bericht dat het voornemen werd ingetrokken. Mijn cliënte mocht haar paspoort behouden.

Heeft u zelf een vraag over naturalisatie? Of wilt u graag een naturalisatieverzoek indienen? Ons team specialisten staat graag voor u klaar! U kunt ons bereiken op telefoonnummer: 043-3510577

Geschreven door:

Mr. Maureen Helgers-Crompvoets

 

[1] Hoge Raad 11 november 2005 (JV 2006/2) en HR 30 juni 2006, JV 2006/314