Helgers Advocaten

Het inreisverbod nader bekeken

Iemand die een inreisverbod in Nederland opgelegd heeft gekregen, mag voor een bepaalde periode hier – en overigens ook in de meeste landen van de Europese Unie – niet verblijven. Zo’n inreisverbod kan worden opgelegd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee (KMar) of de Zeehavenpolitie.

Indien een vreemdeling onrechtmatig,  dat wil zeggen zonder geldig verblijfsrecht (bijvoorbeeld een verblijfsvergunning of visum), in Nederland verblijft kan aan hem een inreisverbod worden uitgereikt. Meestal gaat dit dan ook gepaard met een terugkeerbesluit, waarmee de plicht is gegeven om Nederland te verlaten.

Maar, wat als een vreemdeling na een inreisverbod Nederland niet binnen de aan hem gegeven vertrektermijn verlaat?

In het vreemdelingenrecht en het strafrecht is het verblijf van een vreemdeling (derdelander) die weet of had kunnen weten dat tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd strafbaar gesteld.[1]

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft hierover in de zaak Ouhrami in 2017 een belangrijke uitspraak gewezen, waarin duidelijkheid wordt gegeven over het moment van strafbaarstelling in geval van overtreding van een inreisverbod.[2]

Het Hof van Justitie is voor de vraag gesteld of een inreisverbod reeds rechtsgevolgen heeft op het moment dat de derdelander nog in Nederland verblijft en het grondgebied van de Europese Unie dus (nog) niet heeft verlaten. Het Hof heeft deze vraag ontkennend beantwoord en, met verwijzing naar de Terugkeerrichtlijn bepaald dat de duur van een inreisverbod pas moet worden berekend vanaf het moment dat de derdelander het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk heeft verlaten.

Het  inreisverbod houdt, aldus het Hof van Justitie, een verbod in om het grondgebied van de lidstaten opnieuw te betreden (en aldaar te verblijven) ná vertrek. Voor een dergelijk verbod wordt dus verondersteld dat de derdelander het grondgebied eerst heeft moeten verlaten.[3]

Wat betekent dit nu in de praktijk?

Overtreding van een inreisverbod kan op grond van artikel 108 van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 197 Wetboek van Strafrecht geen wettelijke grondslag bieden voor strafrechtelijke vervolging/veroordeling. Dit betekent dat overtreding van een inreisverbod niet zonder meer strafbaar is. Het is dan ook raadzaam om in geval van een inreisverbod en de strafrechtelijke consequenties hiervan gedegen advies in te winnen.

Geschreven door:

Mr. J. (Jakob) Nouta

Advocaat

[1] Zie artikel 108 van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht.

[2] Zie Hof van Justitie (EU), zaaknummer C-225/16 (ECLI:EU:C:2017:590), Ouhrami, 26 juli 2017.

[3] Zie Hof van Justitie (EU), zaaknummer C-225/16, rechtsoverweging 45.