Helgers Advocaten

“Laat mij met rust en blijf uit mijn buurt!” – een recent praktijkvoorbeeld van het civiele contact- en straatverbod

 

Wanneer iemand wordt lastiggevallen door een ander persoon en hij zich daardoor in zijn persoonlijke levenssfeer aangetast voelt, kan aangifte worden gedaan bij de politie. Vaak gaat het dan om bedreiging, intimidatie, en stalking. Regelmatig gaat dat gepaard met vormen van geweld. Als justitie besluit om tot strafvervolging over te gaan, kan in het kader van de strafrechtelijke procedure de rechter gevraagd worden om een contact- of straatverbod op te leggen. Het is echter ook mogelijk om zelf via de civiele rechter een vordering in te stellen, strekkende tot het opleggen van een contact- of straatverbod.

Vlak voor het einde van het afgelopen jaar meldde een man zich bij mij op kantoor met de mededeling dat een vrouw met wie hij voorheen een relatie onderhield, hem had gedagvaard in kort geding. De vrouw eiste in kort geding dat de man een contact- en straatverbod opgelegd zou krijgen.

Volgens de vrouw was er voldoende aanleiding voor het opleggen van een contact- en straatverbod. De man zou volgens de vrouw onder meer een zeer agressief karakter hebben en haar meerdere keren telefonisch en fysiek op agressieve wijze hebben benaderd. Hij zou zich regelmatig bij haar woning vertonen en dan tevens de kinderen lastigvallen. In het verleden zou de man zijn veroordeeld wegens wapenbezit en zou hij de scooter van de vrouw hebben verduisterd c.q. gestolen. Ook zou hij met de auto van de vrouw diverse overtredingen hebben begaan. De vrouw zou van een aantal feiten aangifte hebben gedaan, maar daar zou de politie niets mee hebben gedaan. Op basis van dit feitencomplex meent de vrouw dat een contact- en straatverbod in de rede ligt.

De man was het niet met de eis van de vrouw eens. Volgens hem klopte het verhaal zoals dat door de vrouw naar voren werd gebracht, niet. Hij vroeg mij om hem bij te staan in de zaak die de vrouw had aangespannen tegen hem.

Contact- en straatverboden vormen een inbreuk op de bewegingsvrijheid. Het belet iemand om contact met een ander op te nemen, of om zich in een bepaalde straat, wijk of zelfs stad te begeven. Dit soort maatregelen zijn ingrijpend van aard. Degene die een contact- en/of straatverbod vordert bij de rechtbank, moet volgens de huidige rechtspraak dan feiten en omstandigheden stellen die in hoge mate aannemelijk zijn en die een dergelijke maatregel kunnen rechtvaardigen. De rechter bekijkt daarbij onder meer of er (in ernstige mate) inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van degene die het verbod vordert en in welke mate het verbod een belemmering oplevert voor degene tegen wie het verbod zich richt.

Namens de man werd het verweer gevoerd, dat de vrouw veel feiten naar voren heeft gebracht ter rechtvaardiging van het gevorderde contact- en straatverbod, maar dat geen van die feiten met bewijsmiddelen wordt onderbouwd. De man erkende te zijn veroordeeld wegens verboden wapen- en munitiebezit, maar dat feit stond op geen enkele wijze in relatie met de vrouw, dan wel met de situatie die door de vrouw geschetst werd. Alle overige feiten sprak hij tegen. De vrouw had geen bewijs ingebracht, waaruit bleek dat de man de scooter zou hebben gestolen of verduisterd, dat hij de auto zou hebben gebruikt voor het plegen van overtredingen en dat zij aangifte van die feiten had gedaan. Ook ontbrak het volgens de man aan bewijs waaruit bleek dat hij de vrouw, dan wel de kinderen, op enigerlei wijze agressief zou hebben benaderd en lastiggevallen.

De rechter stelde de man in het gelijk[1]. Volgens de rechter had de vrouw onvoldoende concreet gemaakt dat de man zich schuldig zou hebben gemaakt aan de gedragingen die de vrouw aan haar contact- en straatverbod ten grondslag had gelegd. Daarom heeft de vrouw niet voldaan aan de zware eis, dat zij in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden aan haar vordering tot het opleggen van een contact- en straatverbod ten grondslag heeft gelegd, die de oplegging van zo’n ingrijpende maatregelen kunnen rechtvaardigen. Omdat de vrouw in het ongelijk werd gesteld, kwamen de kosten van de procedure en de advocaatkosten van de man voor haar rekening.

Deze zaak laat zien dat contact- en straatverboden weliswaar in het civiele recht mogelijk zijn, maar dat er hoge eisen worden gesteld aan vorderingen strekkende tot het opleggen van zo’n verbod. Het gaat immers om ingrijpende maatregelen die de bewegingsvrijheid van een ander inperken. Een goede voorbereiding van de zaak is dan ook van essentieel belang.

Wilt u meer advies over de mogelijkheden van het aanvragen van een contact- of straatverbod? Of wordt een contact- of straatverbod tegen u geëist bij de rechter? In beide gevallen kunt u bij ons kantoor terecht voor advies en bijstand.

Geschreven door:

Cliff Raafs
Advocaat

 

[1] De volledige uitspraak is gepubliceerd en te vinden op rechtspraak.nl: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:12700