Helgers Advocaten

Minimale toepassing van de bevoegdheid om in schrijnende gevallen verblijf toe te staan

Gisteravond werd ik gebeld door de redactie van het landelijk dagblad “Trouw”. Zij waren bezig met een artikel over de in mei van dit jaar ingevoerde optie om in schrijnende situaties een kansarme asielzoeker toch een verblijfsvergunning te verlenen. Er werd naar mijn opinie over deze beleidswijziging gevraagd.

Sinds de invoering van de beleidswijziging in mei van dit jaar is er slechts één keer gebruik gemaakt van de bevoegdheid om in een schrijnend geval een verblijfsvergunning te verlenen. Voorheen kon de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid gebruik maken van de zogenaamde discretionaire bevoegdheid om een (veelal uitgeprocedeerde) asielzoeker vlak voor zijn uitzetting alsnog een verblijfsvergunning te verlenen. Er was dan sprake van een zodanig samenstel van bijzondere omstandigheden waardoor er in die gevallen werd besloten om iemand verblijf toe te staan in Nederland. Die bevoegdheid is echter geschrapt en sinds kort is het nieuwe beleid hiervoor in de plaats gekomen. Dat nieuwe beleid houdt in dat thans de Immigratie- en Naturalisatiedienst bevoegd is om een verblijfsvergunning te verlenen als sprake is van schrijnende omstandigheden. Die omstandigheden kunnen alleen gedurende een eerste verblijfsprocedure aangevoerd worden en de IND kan ook alleen gebruik maken van de bevoegdheid tijdens een eerste verblijfsprocedure. Een losse aanvraag indienen voor schrijnende gevallen is in tegenstelling tot voorheen niet meer mogelijk.

Vanaf het begin is er kritiek geweest op de invoering van deze beleidswijziging. Schrijnende omstandigheden ontstaan vaak pas tijdens een procedure, of juist na afloop ervan. Het onderzoek van Investico en Trouw laat zien dat de IND dit ook beseft. Het nieuwe beleid zet dergelijke omstandigheden echter buitenspel, voor zover zij zich hebben voorgedaan na de eerste verblijfsprocedure. Het gevolg is dat er minder gauw zal worden aangenomen dat er sprake is van een schrijnende situatie. Omstandigheden die voorheen wel bij de beoordeling werden betrokken en die ertoe hebben geleid dat “schrijnendheid” werd aangenomen, worden nu immers niet of niet meer meegewogen.

Naar mijn mening is de doelstelling van de beleidswijziging geweest om in veel minder gevallen schrijnendheid aan te nemen. De cijfers tonen dat ook aan. Kijkend naar het verleden paste Fred Teeven tussen 2012 en 2015 in 300 gevallen de discretionaire bevoegdheid toe en kende zijn opvolger Klaas Dijkhoff in 240 gevallen alsnog een verblijfsvergunning toe. Ook Mark Harbers, die Klaas Dijkhoff opvolgde, paste de discretionaire bevoegdheid tientallen keren toe. Zeven maanden na de invoering van het nieuwe beleid is er blijkbaar pas één keer een verblijfsvergunning verleend omdat sprake is van een schrijnend geval. Dit verbaast mij dan ook niks. De doelstelling lijkt hiermee immers te zijn bereikt. En dat is misschien wel het schrijnendst van alles.

Het artikel in dagblad Trouw kunt u nalezen via de volgende link: https://www.trouw.nl/politiek/strohalm-voor-asielzoekers-in-schrijnende-situatie-lijkt-verdwenen~b8033fc4/

 

Geschreven door:

Cliff Raafs

Advocaat