Helgers Advocaten

Omgang tussen grootouders en kleinkinderen

De rechtbank Den Haag heeft nog niet zo heel lang geleden een uitspraak gedaan die alle grootouders die tot hun grote verdriet geen contact meer hebben met hun kleinkind(eren) als muziek in de oren moet klinken.

De rechtbank overwoog (ECLI:NL:RBDHA:2016:9618) over de ontvankelijkheid van de grootouders als volgt: “De ouders hebben primair tot verweer aangevoerd dat de grootouders niet-ontvankelijk behoren te worden verklaard in hun verzoek, omdat er geen sprake zou zijn van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de minderjarige en de grootouders, zoals de grootouders hebben gesteld. Zij voeren daartoe aan dat de door de grootouders genoemde feiten en omstandigheden – die gedeeltelijk worden betwist – daarvoor onvoldoende zijn. Er is jarenlang geen enkel contact tussen de minderjarige en de grootouders geweest; de minderjarige verbleef tot zijn vierde jaar niet ieder weekend, maar om het weekend bij de grootouders en de vader was daar altijd bij. Verder verbleef hij alleen in de zomervakanties bij de grootouders en kwam de vader daar in de weekenden ook naartoe. De ouders betwisten dat de grootouders als een vangnet in de opvoeding hadden te gelden. Volgens de ouders hebben de contacten qua frequentie en vorm niet méér omvat dan het normale contact dat tussen grootouders en kleinkinderen bestaat, als gevolg waarvan een nauwe persoonlijke betrekking ontbreekt.

De rechtbank volgt de ouders niet in dit verweer. Onder verwijzing naar de conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad van 29 maart 2002 (ECLI:NL:PHR:2002:AD8191) en de daarin aangehaalde uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM 13 juni 1979 (Marckx/België), 9 juni 1998 (Bronda/Italy) en 27 april 2000 (L./Finland), alsmede op grond van EHRM 20 januari 2015 (Manuello & Nevi/Italië) overweegt de rechtbank dat in het onderhavige geval (ruimschoots) aan de eisen van “family life” tussen kleinkind en grootouders is voldaan. Daarbij overweegt de rechtbank dat “family life” niet zonder meer kan worden vertaald met “gezinsleven”; dat blijkt ook uit de hierboven gegeven vertaling van “family life” met “familie- en gezinsleven”. Naar haar oordeel is de band tussen kinderen en hun grootouders – door de bloedband via de ouder van het kind, het kind van de grootouders – van een eigen en bijzondere aard, juist bij “normaal” contact tussen hen, omdat dat contact niet wordt belast door verplichtingen van opvoedkundige aard. Veel mensen genieten van hun kleinkinderen (“wel de lusten, niet de lasten”, is een veelgehoorde uitspraak) en veel kinderen genieten van hun grootouders, juist omdat daar soms net iets meer mag of zij een beetje meer worden verwend dan thuis. In het algemeen begrijpen kinderen ook heel goed dat die situatie bij grootouders niet de norm is. Voor een nauwe persoonlijke betrekking tussen grootouders en kleinkinderen is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet méér nodig dan geregeld en wederzijds als plezierig ervaren contact, in de zin van bezoekjes, oppassen, logeerpartijtjes, gezamenlijk uitstapjes e.d.

Het is op grond van de door de grootouders overgelegde schriftelijke verklaringen van familieleden en buren en de Facebookcorrespondentie tussen de minderjarige en de grootouders duidelijk dat tussen de minderjarige en zijn grootouders – zij het met een aantal lange onderbrekingen – (ten minste) sprake is geweest van dergelijk geregeld en plezierig contact. Uit de zojuist genoemde uitspraak van het EHRM van 20 januari 2015 volgt dat ook een heel lange onderbreking van het contact niet behoeft af te doen aan het bestaan van “family life”. In dit geval is dat ook niet aan de orde; uit de gewisselde Facebookberichten blijkt dat er ook op dit moment nog een liefdevolle band tussen de minderjarige en de grootouders (in het bijzonder de grootmoeder) bestaat. De grootouders zijn dus ontvankelijk in hun verzoek. Het hof heeft vervolgens een raadsonderzoek gelast onder meer naar het draagvlak voor contact bij de minderjarige.

Deze uitspraak opent de deuren voor grootouders die graag het contact met hun kleinkind(eren) willen herstellen. Voor de ontvankelijkheid van deze grootouders in een verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling is naar het oordeel van de rechtbank immers niet méér nodig dan geregeld en wederzijds als plezierig ervaren contact, in de zin van bezoekjes, oppassen, logeerpartijtjes, gezamenlijk uitstapjes e.d.

Heeft u zelf een vraag over een omgangsregeling? Of wilt u graag een verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling indienen? Neem gerust contact op. Ons team van specialisten staat graag voor u klaar! U kunt ons bereiken op telefoonnummer: 043-3510577.

Geschreven door

mw. mr. E.A.M. (Elles) Ramakers

Advocaat en mediator