Helgers Advocaten

Slapend dienstverband en goed werkgeverschap (Deel II)

Enkele maanden geleden heb ik in het eerste deel van deze blog geschreven over het slapend dienstverband en het juridisch begrip goed werkgeverschap[1]. Op politiek niveau als in de rechtspraak werd de vraag gesteld of het slapend houden van een dienstverband, louter vanwege financiële redenen, in strijd is met het goed werkgeverschap ex artikel 7:611 BW?

Om antwoord op deze vraag te krijgen heeft de rechtbank Limburg, locatie Roermond, prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over dit onderwerp.[2] Inmiddels zijn die vragen beantwoord en is dus bekend hoe de Hoge Raad aankijkt tegen deze problematiek[3]. Deze antwoorden zullen hieronder kort worden besproken.

In de zaak die aanleiding vormde voor de rechtbank om prejudiciële vragen te stellen ging het over een werknemer die ruim 30 jaar in dienst is bij zijn werkgever en tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden rugklachten heeft opgelopen waaraan hij is geopereerd. Na zijn operatie en herstel is hij weer aan het werk gegaan, maar is zijn rugpijn in de loop der jaren weer teruggekeerd, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in arbeidsongeschiktheid. Na twee jaar ziekte is werknemer voor 80-100 % duurzaam arbeidsongeschikt. De werkgever besluit om werknemer niet te ontslaan maar om het dienstverband slapende te houden. De werknemer heeft echter al te kampen met een ernstig zieke echtgenote en heeft gelet op zijn en haar situatie te kampen met de nodige financiële problemen. De werknemer kan een transitievergoeding dus wel goed gebruiken. Desondanks weigert de werkgever om het dienstverband te beëindigen en een transitievergoeding te voldoen.

Gelet op deze omstandigheden en op de Wet compensatie transitievergoedingen die in de loop van 2020 in werking zal treden verzoekt de werknemer om een schadevergoeding. Hierbij doet de werknemer een beroep op het goed werkgeverschap en heel creatief ook een beroep op het in het arbeidsrecht bekende Stoof / Mammoet-arrest.[4]

Hoewel de Hoge Raad van mening is dat een ‘omgekeerde Stoof-Mammoet benadering’ geen voor de hand liggende oplossing is voor de problematiek rondom het ‘slapend dienstverband’ is de Hoge Raad wel van mening dat als uitgangspunt heeft te gelden dat het slapend houden van een dienstverband in strijd is met het goed werkgeverschap.[5] De wetgever heeft immers beoogt dat er een einde komt aan de praktijk van het in stand houden van slapende dienstverbanden.

De Hoge Raad overweegt wel nog dat op dit uitgangspunt een uitzondering dient te worden gemaakt wanneer de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Hierbij kan aan de volgende omstandigheden worden gedacht:

  1. het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer, waardoor de werkgever een belang heeft bij het in dienst houden van de werknemer;
  2. voor de periode tot aan de inwerkingtreding van de Wet compensatie transitievergoeding: financiële problemen van de werkgever door het moeten voorfinancieren van de transitievergoeding;
  3. het niet (geheel of gedeeltelijk) gecompenseerd zullen krijgen van de transitievergoeding.
  4. mogelijke andere belangen van de werkgever bij het in dienst houden van de werknemer, anders dan de enkele wens om de transitievergoeding niet te hoeven betalen. [6]

Het lijkt er dus op dat hiermee het einde in zicht is van de slapende dienstverbanden. Het uitgangspunt is dat na 104 weken ziekte en wanneer de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever tijdens ziekte ophoudt, het dienstverband dient te worden beëindigd. Het slapend houden van het dienstverband is immers in strijd met het goed werkgeverschap en dit is enkel anders wanneer de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Het is dan aan de werkgever om dit aan te tonen.

Hoe dit uitgangspunt in praktijk dient te worden ingevuld en wanneer er nu sprake is van een gerechtvaardigd belang bij een werkgever om toch een dienstverband slapende te houden zal zich verder in de rechtspraak dienen uit te kristalliseren. Hiervan zal ik u uiteraard op de hoogte houden.

Heeft u ook een slapend dienstverband of wilt u als werkgever weten wat de gevolgen kunnen zijn van een slapend dienstverband en/of wanneer een beroep op de Wet compensatie transitievergoedingen mogelijk is, neem dan contact op met Helgers Advocaten (043-351 0577) www.helgersadvocaten.nl.

[1] https://helgersadvocaten.nl/slapend-dienstverband-en-goed-werkgeverschap-deel-i/

[2] ECLI:NL:RBLIM:2019:3331

[3] Hoge Raad der Nederlanden 18-09-2019 ECLI:NL:PHR:2019:899

[4] HR 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847; NJ 2011, 185

[5] r.o. 20.5, ECLI:NL:PHR:2019:899

[6] r.o. 20.6 ECLI:NL:PHR:2019:899