Helgers Advocaten

Twee strafzaken in één klap geëindigd vanwege traag werk justitie

This Photo by Unknown Author is licensed under CC BY-SA-NC

 

Vorige week moest ik voor een cliënt van mij in de rechtbank verschijnen voor de behandeling van een verzoek tot het beëindigen van de strafzaak. En met succes. De rechter besloot om beide strafzaken voor geëindigd te verklaren. Wat ging hier nu aan vooraf?

In januari 2016 moest cliënt zich bij de politierechter verantwoorden, omdat hij verdacht werd van het voorhanden hebben van amfetamine en GHB en omdat hij verdacht werd van het mishandelen van een buurman. Naar mijn mening was het aangeleverde dossier echter verre van compleet en ik heb de politierechter dan ook gevraagd om het openbaar ministerie opdracht te geven diverse stukken aan het dossier toe te voegen. De politierechter ging daarin mee en gaf opdracht aan het openbaar ministerie om de stukken aan het dossier toe te voegen. Eerst moest het dossier compleet zijn, voordat gekeken werd naar de verdere behandeling van de strafzaken. De strafzaken werden voor zolang aangehouden door de politierechter.

Vervolgens bleef het stil aan de zijde van het openbaar ministerie. Er werden geen dossierstukken toegevoegd en overige berichtgeving bleef uit. Uiteindelijk besloot ik zelf eens te pijlen bij het openbaar ministerie waarom er niets leek te gebeuren met de strafzaken. Dat bericht werd niet beantwoord. Het bleef stil. Uiteindelijk besloot ik medio december 2018 namens cliënt een verzoek op grond van artikel 36 van het Wetboek van Strafvordering in te dienen bij de rechtbank.

Artikel 36 van het Wetboek van Strafvordering biedt een verdachte de mogelijkheid om de rechter te vragen om te verklaren dat de strafzaak geëindigd is. Zo’n verzoek wordt doorgaans niet gauw gehonoreerd. Alleen als het op grond van de inactiviteit van het openbaar ministerie of de zeer lange duur van het strafproces zo onredelijk is dat de vervolging in een bepaalde zaak nog doorgang vindt, wordt een dergelijk verzoek door de rechter ingewilligd.

In deze strafzaken was er naar mijn idee niet alleen sprake van een aanzienlijke periode van inactiviteit van de zijde van het openbaar ministerie, maar was het ook zo dat het tijdsverloop de belangen van de verdediging onder druk zette. Immers, in beide strafzaken was het nog de bedoeling om getuigen te horen. Dat voornemen was al aangekondigd tijdens de zitting in januari 2016 bij de politierechter. Het spreekt voor zich dat eventuele getuigen zich na zo’n lange tijd mogelijk niets of in ieder geval stukken minder kunnen herinneren van een bepaald voorval. De belangen van de verdediging werden derhalve ook tekortgedaan, meende ik.

Verleden week werd het verzoek dan op zitting behandeld. Het was een korte zitting. De officier van justitie was het namelijk helemaal met mij eens. De rechter oordeelde aansluitend dat het verzoek werd ingewilligd en deelde cliënt op zitting mede dat beide strafzaken als geëindigd beschouwd kunnen worden. Een mooi resultaat voor mijn cliënt die nu niet langer meer in onzekerheid hoeft te verkeren of hij wordt vrijgesproken, dan wel dat hem een straf wordt opgelegd.

Geschreven door:

Cliff Raafs
Advocaat