Helgers Advocaten

Waarom meermaals asiel aanvragen wél zinvol kan zijn – een casusschets

Onlangs ontving ik van de staatssecretaris het heuglijke nieuws dat een Wit-Russisch gezin dat ik gedurende meerdere asielprocedures heb bijgestaan, alsnog in het bezit wordt gesteld van een asielvergunning. Wat was er in die zaak precies aan de hand?

Medio december 2010 meldt een gezin uit Wit-Rusland zich bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en vraagt asiel aan. Zij verklaren dat zij niet naar Wit-Rusland kunnen terugkeren, omdat zij vanwege hun politieke overtuigingen worden vervolgd. De vader van het gezin is lid van een oppositiepartij. De moeder en dochter hadden zich ingezet voor een andere oppositiepartij. De IND gelooft het verhaal van de vader niet. Wel gelooft de IND dat de moeder en dochter zich hebben ingezet voor een oppositiepartij, maar daaruit volgt niet dat die activiteiten enig gevaar zouden opleveren. De asielaanvragen worden daarom afgewezen. Het beroep bij de rechtbank en het hoger beroep werden ongegrond verklaard. Na deze eerste asielprocedure nam het Wit-Russische gezin contact met mij op. Ik besprak met hen de mogelijkheid om een tweede asielaanvraag in te dienen. In de tussentijd benutte ik allerhande mogelijkheden om het gezin hier te houden. Uiteindelijk werd in maart 2013 een nieuwe asielaanvraag ingediend. De IND kwam tot een enigszins gewijzigde beoordeling dan voorheen. Het lidmaatschap van vader bij de oppositiepartij werd nu wel geloofd, maar volgens de IND bleek niet dat de vader actief betrokken was bij deze organisatie en daardoor in de negatieve aandacht van de Wit-Russische autoriteiten zou zijn komen te staan. De aanvraag werd wederom afgewezen. Een opmerkelijk standpunt van de IND, gezien het feit dat de voorzitter van de partij op video verklaarde dat vader een actief lid was. Toch hield de beslissing van de IND stand bij de rechtbank. En ook het 40 pagina’s tellende hoger beroepschrift en het verzoek om het gezin in Nederland te houden zolang de procedure liep, werd in nog geen 24 uur van tafel geveegd. Na afloop van de tweede asielprocedure werden de vader en moeder van het gezin door de vreemdelingenpolitie opgepakt in het asielzoekerscentrum. Omdat hun verblijf niet langer legaal was, werden zij gedetineerd. Eenmaal in detentie werd hard gewerkt aan het realiseren van de verwijdering van vader en moeder uit Nederland, en werd actief gezocht naar de dochter, zodat zij ook kon worden uitgezet. Een door mij bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ingediende verzoek om te voorkomen dat het gezin zou worden uitgezet, werd afgewezen.

Ik begreep dat het gezin nu echt niet veel tijd meer zou hebben en dat een daadwerkelijk vertrek van hen nabij was. De dochter, met wie ik in die periode veel contact onderhield, begreep de ernst van de situatie en heeft met mij geprobeerd om zoveel mogelijk bewijzen te verzamelen om aan te tonen dat zij bij terugkeer naar Wit-Rusland daadwerkelijk gevaar zouden lopen. In februari 2017 werd opnieuw asiel aangevraagd. Wederom vond de IND niet aangetoond dat het gezin daadwerkelijk gevaar liep in Wit-Rusland. Gedurende de beroepsprocedure bij de rechtbank lukte het mij om een anderhalf uur durend interview te regelen met de voorzitter van de oppositiepartij, waarin deze tot in detail verklaarde wie de vader was en wat hij allemaal voor de partij gedaan had. Ik had alles op video opgeslagen en laten vertalen. Ook lukte het mij contact te krijgen met de voorzitter van een mensenrechtenorganisatie in Wit-Rusland die kon bevestigen dat het gezin bij terugkeer gevaar zou lopen, omdat zij als opposanten gezien zouden worden. Dit alles zonder het beoogde succes, want de rechtbank verklaarde het beroep opnieuw ongegrond. Ik stelde hoger beroep in en deed samen met de dochter mijn best om toch nog nieuw bewijs te vergaren. Ik kwam in contact met Amnesty International die een deskundige inschakelde om onderzoek te doen naar het gezin en de situatie in Wit-Rusland. Op 22 mei 2018 werd aangekondigd dat de vader en moeder, dus zonder de dochter, op 24 mei 2017 om 12:00 uur naar Wit-Rusland uitgezet zouden worden. Mijn verzoek om te bepalen dat de vader en moeder niet uitgezet mogen worden zolang het hoger beroep nog ter beoordeling lag, werd op 23 mei 2017 ingewilligd. Niet veel later rapporteerde de deskundige mij dat het uiterst gevaarlijk zou zijn voor het gezin om terug te keren naar Wit-Rusland, omdat zij vanwege hun politieke overtuiging – die indruist tegen de visie van het heersende regime – hebben te vrezen voor vervolging. Amnesty International bevestigde dat voorts in een verklaring.

De IND zag in deze nieuwe informatie aanleiding om de beslissing in te trekken en de zaak opnieuw in volle omvang te beoordelen. Het resultaat van die nieuwe beoordeling werd op 25 april 2018 door de staatssecretaris bekend gemaakt. Het werd alsnog geloofwaardig bevonden dat het gezin als gevolg van hun politieke overtuigingen gevaar zou lopen bij een eventuele terugkeer naar Wit-Rusland. Ruim zeven jaar na de eerste asielaanvraag werden zij alsnog als vluchtelingen erkend. Het had niet veel gescheeld of de vader en moeder van het gezin waren op het vliegtuig naar Wit-Rusland gezet, met alle gevolgen van dien. Bij een gebrek aan doorzettingsvermogen en overtuiging zou het behaalde resultaat niet zijn bereikt. Soms kun je echt een verschil maken. Dat geeft niet enkel voldoening, maar ook kracht om aan de slag te gaan met de volgende asielzaak.

Geschreven door:

Cliff Raafs

Advocaat